Colette, 1907

Op 7 augustus 1954 vond in Parijs de eerste Franse staatsbegrafenis voor een vrouw plaats. Op de binnenplaats van Palais-Royal stond de kist van Colette waarover de Franse vlag was gedrapeerd. Duizenden mensen stonden in de rij om haar de laatste eer te bewijzen en legden bloemen neer.
Er was ook een wanklank: enkele dagen eerder had de aartsbisschop geweigerd Colette een katholieke begrafenis te geven. Dit leidde opnieuw tot een controverse tussen voor- en tegenstanders. Colette was namelijk niet alleen een beroemd schrijfster, maar ze was ook de eerste vrouw die met een ontblote borst op toneel stond. En ze veroorzaakte grote beroering toen ze in de Moulin Rouge een kusscène speelde met haar vrouwelijke geliefde Missy.
Deze controverse is veelzeggend voor de eigenzinnige vrouw die Colette was. Haar leven lang had ze lak aan ‘hoe het hoort’. Ze ging haar eigen gang. Ze vertrouwde op haar eigen oordeelsvermogen en zintuigen in plaats van te handelen ‘comme il faut’.

Colette met haar ouders en broers in 1891

Colette heeft altijd haar achternaam gebruikt. Als Sidonie-Gabrielle Colette werd ze op 28 januari 1873 in  Saint-Sauveur-en-Puisaye, een dorpje in het Franse Bourgondië, geboren. Ze was de jongste van vier kinderen, van wie twee uit een eerder huwelijk van haar moeder. De vader van Colette was een voormalige kapitein die in de oorlog tegen Italië gewond raakte en een been moest verliezen.

Over Colette is nog niet zo lang geleden (2018) een film ver-schenen. Deze gaat over het eerste huwelijk van Colette en de periode (begin twintigste eeuw) waarin ze haar sterk autobiografische, onder jonge vrouwen razend populaire Claudine-serie schreef: over een plattelandsmeisje dat naar Parijs trekt en daar in literaire, artistieke kringen belandt. Haar man, een beroemde literaire ondernemer, geeft die serie uit onder zijn eigen naam. Uiteindelijk weet ze uit de schaduw van haar oudere echtgenoot te stappen, en ontplooit ze zich tot een onafhankelijke, vrijgevochten vrouw met een eigen identiteit.