Deze voorstelling bestaat uit twee lichte wintervertellingen: DE JAS van Nicolaj Gogol en SNEEUW van Konstantin Paustovski. Beide verhalen komen voor in de bundel ´Onder de paardendeken', uitgegeven door Van Oorschot (november 2017).

DE JAS
Dit tragikomische verhaal uit 1843 gaat over een arme ambtenaar op een departement in Petersburg. Hij is heel tevreden met z’n werk en z’n leven, tot het moment waarop hij door de noordelijke vrieskou er niet meer onderuit kan om  z’n totaal versleten jas door een nieuwe te vervangen. Na lang sparen en zich van alles ontzeggen is het eindelijk zover …

Nicolaj Gogol

Hoe realistisch deze korte beschrijving ook klinkt, bij Gogol wordt alles absurdistisch. Met dien verstande dat niet de hoofdpersoon, maar de maatschappij waarin hij leeft absurdistisch is. Er is een groot verschil tussen arm en rijk, en de ambtenaren vormen een soort leger met van hoog tot laag militaire rangen.
Nikolaj Gogol (1809-1852) weet waarover hij schrijft, want hij is zelf ambtenaar in Petersburg geweest. In 1835 legde hij zich volledig toe op het schrijven. Naast de novelle 'De jas' zijn z'n beroemdste werken: 'Dode zielen', 'De neus', 'Dagboek van een gek' en zijn toneelstuk 'De revisor'.
Michel Krielaars in de VPRO-gids: 'De Jas is een hartverscheurend mooi verhaal.'

Konstantin Paustovski

SNEEUW
Dit romantische verhaal, precies een eeuw later (1943) dan 'De jas', is van een geheel andere sfeer. Het speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een jonge zangeres vlucht daarom met haar dochtertje naar een stadje op het platteland. Daar worden ze als evacués bij een oude man ondergebracht, die al binnen een maand overlijdt. De zoon die niet op de hoogte is van de dood van zijn vader, stuurt hem nog geregeld brieven. Op een keer maakt de vrouw een van zijn brieven open...
Konstantin Paustovski (1892-1968)  begon al vroeg met schrijven. Vanaf 1911 publiceerde hij korte verhalen. Zijn hoofdwerk is zijn zesdelige autobiografie Geschiedenis van een leven (Privé-domein-reeks).

Vertelling: Thea Rijsewijk
Cello: Anne Magda de Geus
Accordeon: Nico Jan Beckers
Op Terschelling: violist Dick de Graaff
Regie: Henk Kleinmeijer
Duur voorstelling: 1½ uur (pauze mogelijk)